
50 jaren horecageschiedenis op De Grent: van Stippie naar Rosser
AlgemeenNoordwijk - Gerard Duijndam vroeg ooit zomaar aan de bekende fotograaf Goof Roos naar zijn leeftijd en of het geen tijd werd om eens te stoppen met werken. ‘Dan moet er wel iemand deze tent willen huren’ reageerde deze. ’Nou die weet ik wel ’ antwoordde Gerard. En dat was feitelijk het startschot voor een nieuw avontuur van de toen nog in Noordwijk 1 voetballende Gerard Duijndam. Dagelijks werkzaam in de botenbouw bij Jaap Beukers, waar hij al enige tijd rondliep met het plan om een gezellige en vooral eenvoudige kroeg te gaan openen. Omdat daar in Noordwijk naar zijn eigen ervaring en ook die van zijn voetbalmaten gebrek aan was.
De fotozaak werd eigenhandig verbouwd en op Goede Vrijdag 19 april 1973 werd Bar Bodega ’t Stippie officieel geopend. Toenmalige vriend Ruud Schippers en zus Nellie Duijndam ontvingen de gasten en voorzagen hen van het gewenste drankje.
De aankleding was heel netjes maar vooral ook eenvoudig. Wat niemand toen nog wist was dat dit feitelijk een nieuwe periode horeca aan de Grent inluidde omdat in latere tijd de Grent door de politiek werd bestemd als uitgaansgebied.
The place to be
Op de Grent waren in 1973 alleen nog maar discotheek ‘het Zeepaardje’ van Frans Diederiks en de Vuurbaak van Jan Vieveen. In de Hoofdstraat dronken mensen een goedkoop biertje in De Wurftbar. En bij De Wels legden oude vertrouwde Noordwijkers een kaartje en dronken er een biertje. Maar vanaf het begin in 1973 werd ’t Stippie een goed lopend café en mede door de diverse gastvrije barkeepers, voor velen jarenlang the place to be.
’t Stippie had te maken met de bijnaam ‘de Grote Stip’ die aan broer Arie was toebedeeld. Arie werd ‘De Stip ‘ genoemd omdat hij als 5-jarige jongen een gevonden lippenstift een ‘stippenlift’ noemde. Als jongere broertje werd Gerard al gauw ‘de Kleine Stip’, en de zaak vervolgens ’t Stippie’. Jan Kemp nam in 1992 de bedrijfsvoering over wijzigde de naam toen in ‘De Stip’.
Feestje op 21 april
In 2009 werden Nico van Hese jr. en Leon van Reisen eigenaren die na een grondige verbouwing opnieuw de naam wijzigden. Zodat, tot emotionele verwondering van Gerard Duijndam, er vanaf toen ‘De Rosser’ op de gevel prijkte. Na een periode van Onno Mazurel is het nu Maxim Graneman die met veel enthousiasme de bedrijfsvoering ter hand heeft genomen. Zij heeft van ‘De Rosser’ een volwaardige horecazaak gemaakt met een goed biertje/wijntje maar ook een heerlijke biefstuk.
Op vrijdag 21 april wordt er de hele dag feestelijk stilgestaan bij het heugelijke feit van het 50 jarige horecajubileum op het ‘hoekje’; om iedereen die daar heeft (mee)gewerkt te bedanken voor hun inzet en bezoekers te danken voor de veelal jarenlange klandizie.



















