Afbeelding

College volgens NOV op ramkoers bij handhaving strandbebouwing: ‘’Wat ongelofelijk oliedom’’

Algemeen

Een onbesuisde, grootschalige en gecoördineerde actie van de gemeente Noordwijk richting de strandpaviljoenhouders. Zo betitelen de ondernemers het handhavingstraject dat recent is ingezet. Een onverwachte actie die resulteerde in onuitvoerbare eisen en onbetaalbare boetes, opgelegd in de vorm van een last onder dwangsom.

Door Wim Siemerink

Last onder dwangsom is een bestuursrechtelijke maatregel waarmee de gemeente een overtreder verplicht een bestaande overtreding te beëindigen, met de dreiging dat er forse geldbedragen moeten worden betaald als dit niet gebeurt. Geheel onverwacht kregen de strandpaviljoenhouders de sommatie om ongewenste bebouwing en onder andere geplaatste opslagcontainers per omgaande te verwijderen. Het is het gevolg van een actie van de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH), een instantie die ook in politieke kringen omstreden is. De manier waarop dit alles plaatsvond, werd door een aantal paviljoenhouders ervaren als een doordachte overval.

Oliedom

Dit was voor de Noordwijkse Ondernemersvereniging (NOV) reden om een brief aan de gemeente Noordwijk te sturen, waarin het bestuur aangeeft voorlopig niet meer deel te nemen aan welk overleg dan ook. Dit bestuurlijke besluit is unaniem genomen.

Namens de NOV staat penningmeester Pieter van der Geest ons te woord. Zijn eerste openlijke reactie is duidelijk: “Wat ongelooflijk oliedom. Hiermee wordt door het college van burgemeester en wethouders een bom gelegd onder de door iedereen omarmde visie ‘Noordwijk over 10 jaar’. Wij meenden als NOV met het college in constructief overleg te kunnen komen om goede en uitvoerbare afspraken vast te leggen. Afspraken die in het geval van de strandpaviljoenhouders dan in de per 1 januari aan te nemen strandnota zouden kunnen worden opgenomen, met de uitvoering in de daaropvolgende maanden. Nu, midden in het lopende seizoen, keiharde handhavingseisen stellen, getuigt van minachting voor het vele werk dat inmiddels is verzet en voor de goedwillende vrijwilligers die oprecht meenden constructief met de lokale overheid te kunnen en moeten samenwerken.”

Noodzaak tot samenwerken

Pieter van der Geest geeft aan dat de ODWH al in maart is begonnen met onderzoeken naar mogelijke overtredingen. Inmiddels is er veel tijd verstreken en op het strand moet de aandacht nu juist uitgaan naar de exploitatie om het de gasten en bezoekers optimaal naar hun zin te maken. Vanuit de NOV klinkt inmiddels veel onvrede over de heimelijke manier waarop is gehandeld. In het schrijven aan B&W wordt opgemerkt: “Juist nu is intensieve samenwerking meer dan noodzakelijk om gezamenlijk invulling te geven aan de toekomst van Noordwijk’’.

Volgens Van der Geest zet het college met deze aanpak een jarenlange goede relatie op het spel. Hij noemt het onverstandig om nu energie en grote sommen geld te steken in slepende juridische procedures, met verdere onderlinge verwijdering tot gevolg. Samenwerking is volgens hem immers een absolute voorwaarde om als Noordwijk succesvol te kunnen opereren. Daarnaast noemt hij de geëiste dwangsommen, die in sommige gevallen om tonnen en in totaal om miljoenen euro’s gaan, buitenproportioneel.

Van der Geest herhaalt de woorden uit de brief: “Laat heel duidelijk zijn dat de NOV achter het handhaven van afgesproken regels staat, maar zich absoluut niet kan vinden in de manier waarop een en ander qua controlemomenten, vorm, inhoud, timing, deadline en voorgenomen lasten onder dwangsom is opgezet.”

Terughoudendheid

Pogingen om bij het college om meer uitleg te vragen stuiten op grote terughoudendheid. Wethouder strandzaken Pim van Strien laat weten namens het college nog geen reactie te kunnen geven. Hij wijst erop dat handhaving niet onder zijn verantwoordelijkheid valt, maar behoort tot de portefeuille van zijn collega Martijn Kortleven. Ook wethouder Kortleven staat de pers vriendelijk te woord, maar kan nog geen antwoorden verschaffen. Dat geldt eveneens voor de afdeling communicatie; volgens de betrokken ambtenaar heeft de afdeling zelf nog geen informatie ontvangen. Wethouder Kortleven spreekt de verwachting uit dat er mogelijk tijdens de vergadering van de commissie Ruimte van donderdag 2 juli, of anders tijdens de raadsvergadering van 6 juli, meer duidelijkheid kan worden gegeven.

Uit de krant