Afbeelding
Foto: caroline spaans

Vuur

Column Bollenpraat

Vanaf het moment dat zijn bollen opkomen totdat ze afsterven, houdt het de bollenteler bezig. Vuur is een schimmelziekte in vooral de tulpen. Sporen vallen op het blad en, als de omstandigheden gunstig zijn, kiemen ze, verwoesten het blad, de plant verdort. Vergelijk een vuurzee die om zich heen grijpt. De schimmel kan overleven op de bol door middel van kleine zwarte bultjes, sclerotiën, onder de bolhuid en in de grond. Toen er nog geen gewashulpmiddelen waren, moest er gedolven worden om de grond weer schoon te krijgen. Drie steken diep om die schone grond, uit het grondwater naar boven te halen. Dan kon je weer drie jaar vooruit. Eerst tulpen, dan hyacinten en als laatste de narcissen. Als vroegste bestrijding kregen we de ijzerhoudende middelen. Ik herinner me nog de Afertis, alles werd er zwart van. Toen kwamen de zinkhoudende middelen, die waren al veel werkzamer. Daarna de zink-magnesium middelen. Tegenwoordig hebben we zulke nieuwe, uitgekiende middelen, dat het niet meer mis hoeft te gaan. Vergeet de spuitmachines niet. De druppels zijn zo groot en door perslucht gestuurd, dat er geen drift of verwaaiing meer is. Ook de capaciteit is veel groter zodat je precies het goede spuitmoment kan afwachten. In de bolbehandeling is ook veel veranderd. Je kunt het plantgoed nu zo goed ontsmetten dat het schoon de grond ingaat. Dit hele verhaal geldt vooral voor tulpen. Narcissen en hyacinten lopen op het veld een besmetting op, maar nemen het doorgaans niet mee in de bollen. Nu mijn punt. Als gevolg van twee droge voorjaren, leek het erop dat al dat spuiten overbodig was. Het ligt niet goed in de publieke opinie en het kost geld. Nu hebben we dit jaar een heel nat voorjaar gehad en wat je ziet: overal vuuraantasting. Daar is de groei uit! Kortom, mijn vader zei het al: geen vuurbestrijding is spelen met vuur! 

Aad van Ruiten

Uit de krant