Caroline Spaans
Caroline Spaans Foto: Suzanne Bierens

Das war einmahl

Algemeen

Terwijl ik bij een druk strandpaviljoen in de schrale winterzon zit met een hippe ‘chai-latte’ tussen mijn koude handen, staan twee jonge meiden naast me bij de houten bank. ‘Zijn deze plaatsen vrij?’, vragen ze beleefd. ‘Tuurlijk, ga zitten’, antwoord ik en schuif een beetje op, terwijl de twee zich al pratend naast me nestelen.

Eentje draagt een donzen, goudkleurig ski-jack. Op een van de mouwen staan grote zwarte letters: GB. Om haar hoofd zit een bonten hoofdband. Haar metgezel draagt een soortgelijk jack, maar dan in het roze, met bijkleurende oorwarmers. Laat die sneeuw maar komen, denk ik. Hun gesprek kan ik letterlijk volgen. Of ik wil of niet. ‘Meid, hou op!’ reageert de roze op de gouden. De laatste heeft net verteld dat ze de boekingskosten (’check check dubbelcheck just to be sure’) in de groepsapp heeft gezet: ‘Zo’n chill hotel! Vorig jaar was een beetje pauper. Totally crinch. Nu gaan we voor deca: helemaal heerlie de peerlie óp de piste, welness erbij, champi ontbijt en we mogen vapen op de kamer. Location wordt Courchi. Voor 1600 pp zijn we ready. No food en drinks included helaas en de skipassen komen er natuurlijk nog bij, maar ja. We gaan met die vette Range Rover van Lodewijk z’n pa, kunnen we met zessen in. Scheelt.”

Ik zat te klapperen met m’n koude oren. Die meiden waren nog geen twintig! Courchevel, met champagne-ontbijt en wellness! Heb ik wat gemist? Toen ik die leeftijd had, ging ik ook skiën met vrienden. Dat was destijds best bijzonder en zeker niet goedkoop: 100 gulden pp per dag. Maar daar zat wel alles bij: reis en verblijf, eten/drinken en je skipassen. Alleen al en skipas in ‘Courchi’ kost 450 euro las ik! Maar: daar krijg je wel 600 km piste, 618 plekken waar je kan pitten en 40 skischolen bij. Cool! 

Och weemoed, breng me terug naar het pittoreske Sankt Jakob, waar in maart op de zuidhellingen het prille lentegroen als sneeuw voor de zon verschijnt en de karamelkleurige koeien grazend hun bellen laten horen tot diep in het dal. Op de noordhellingen ligt zelfs in april nog sneeuw, net als in het kleine skigebied dat reikt tot 2500 meter. We skieden allemaal in onze spijkerbroek. Mijn ski-jack was DoeMaar-groen. Niemand droeg een helm. De skilift vanuit het dal bestond jarenlang uit één stoeltje en bracht je in ruim een kwartier dwars door het bos naar een tussenstationnetje. Dat ritje in die sololift was heerlijk. De oorverdovende stilte werd soms onderbroken door het ge-oe-hoe van een uil. Onder je zag je dierensporen. Op de pistes stonden welgeteld drie houten hutten waar je voor een habbekrats heerlijk kon eten. Alle hutten hadden een haardvuur, een schoorsteen waaruit rook kringelde, een terras met houten picknicktafels en eentje met een betoverend uitzicht op een helblauw bevroren waterval. ‘s Ochtends at je Kaiserbrötchen en ‘s avonds Knödelsuppe. Après-ski was: nog één biertje en dan naar bed. Zucht. Voller kon je mijn accu niet krijgen.

Caroline Spaans

Uit de krant