Logo denoordwijker.nl
Foto: thv
Bollenpraat

Biobollen

Eigenlijk is het heel eenvoudig om het verschil tussen biobollen en gewone bollen te verklaren. Dat is er namelijk niet. Biobollen worden alleen op een andere manier geteeld. Er is niemand die het beter uit kan leggen dan John Huiberts uit Burgerbrug. Hij is zeven jaar geleden omgeschakeld naar deze manier van telen en heeft inmiddels alle certificaten die je maar kunt bedenken. Waarin zit het teelt-verschil?

Allereerst de grond. Die is daar van nature net zo arm als hier in de Bollenstreek. Hij bemest hoofdzakelijk met groenbemesters. Dan ben je het land wel een seizoen kwijt. De wortels van de groenbemesters, soms vlinderbloemigen, zorgen na vertering voor stikstof, humus en bodemleven in de grond. Kunstmest strooien is als vloeken in de kerk! Hij stelt dat, als de grond altijd bedekt is, het beter is voor de vochtvoorziening en ook fungeert als regenwaterbuffer. Vervolgens worden de bollen geplant met een onder-gras-planter. De zode wordt opgelicht en de bollen er onder gezaaid.

Dan de teelt. Je moet sowieso dunner planten om te voorkomen dat de planten elkaar infecteren. De clou voor een succesvolle teelt zit hem in de ziektebestrijding. Een natte maand mei kan er voor zorgen dat het gewas ‘wegvuurt’. De zoektocht is naar biologische gewas-hulpmiddelen. Geneesmiddelen zijn vroeger soms ook door toeval ontdekt, denk maar aan aspirine uit berkenschors en penicilline uit broodschimmel.

Vervolgens het sortiment. Elke bollenkweker kent de soorten die gemakkelijk te telen zijn en ongevoelig lijken voor de meest voorkomende kwalen. Bij de tulpen is het zuur nummer één. Wat armer telen helpt al gauw voor de ziektedruk. Dan de narcissen: geen bolrotsoorten! Echter, dan vallen de, meest geliefde, trompetten al gauw weg.

Als laatste de onkruidbestrijding. Doe je er niet alles aan om het onkruid onder de duim te houden, dan wordt het rooien een ‘hell of a job’.

John draagt als een apostel zijn geloof in de biobollenteelt uit. Dat is voor hem ook noodzakelijk omdat hij de afzet van zijn bollen grotendeels zelf doet. Inmiddels zijn dat miljoenen bollen. Een afzetmarkt is er dus wel voor!

Aad van Ruiten

Meer berichten