Praten
Logo denoordwijker.nl
Foto:
Pastorale column

Praten

Soms is vijf minuten praten beter dan een half uur in je eentje zitten te piekeren. Daar heeft die man aan de telefoon, met wie ik net een uur gepraat heb, een punt. Hij zei dat het hem goed deed, even met iemand aan de praat te zijn geweest. Het hoeft niet per se een lang gesprek te zijn. Soms is vijf minuten praten beter dan een halfuur piekeren.

Hij vertelde mij van alles tijdens ons gesprek. Met mij sprak hij over ontmoetingen met wildvreemden. Ik luisterde aandachtig. Hij heeft in zijn leven veel meegemaakt. Mooie dingen, vreselijke dingen. Zoals in elk leven misschien. Alhoewel bij hem de vreselijke dingen de mooie dingen overtreffen.

Het was een man die zijn verhaal structureerde met een aantal vaste uitspraken. Het was kennelijk voor hem een soort kapstok. Ik herinner me een andere uitspraak van hem. Hij zei: „Sommige mensen zweven door het leven, en ik word door het leven heen geschopt.” Als ik zo’n uitspraak hoort, moet ik eerst even mijn gezicht fronsen…maar dat zie je niet door de telefoon. Dan komt er een verlegen lach of is het meer grinniken omdat het zo waar is en omdat het eigenlijk heel erg is. Niet mooi om te lachen om iets ergs. Maar wel mooi dat lachen bestaat. Want wat moet je? Lachen is goed.

Dat is toch heerlijk aan mens zijn? Dat je met elkaar kunt praten. Mensen hebben altijd naar vogels gekeken en gedacht: kon ik maar vliegen. Ja, dat zou mooi zijn. Maar reken er op dat die vogels soms denken: kon ik maar praten.

Het eerste woordjes die een kind spreekt wordt gevierd als een feest. De laatste woorden van een stervende worden generaties lang onthouden.

Moet je horen, ben je er nog, misschien heb je er wat aan. Nu we het toch over laatste woorden hebben. Ik heb het geluk gehad als kleine jongen uit de mond van mijn opa zijn laatste woorden te horen. Het was een fantastische tocht en de zonsondergang was mooier dan ooit. Opa zat ademloos te staren naar het schouwspel voor hem. Toen ik opa zo geboeid zag kijken, vroeg ik: ‘Opa, ik zou het aan niemand meer vragen, maar misschien kunt u me het antwoord geven op een vraag: kan iemand God zien?’ Opa bewoog niet eens toen hij, na een lange stilte zei: ‘Lieverd, ik kan helemaal niets anders zien.’ Dat antwoord maakte me sprakeloos.

Pastoor M.Th.J. Straathof

Meer berichten